Compassion for Care

Compassie in de zorg? Dat is er, want natuurlijk behandelen we anderen zoals we zelf behandeld willen worden. Met compassie dus. Met mededogen. En we handelen als we misstanden zien. Dat niet alles lukt, komt door bezuinigingen en mismanagement.

Echt waar? Zie wat er gebeurt in de ouderenzorg, in de zorg voor onze kinderen, kijk naar verzorgers en artsen die niet beseffen wat ze doen, anderen die hun mond dichthouden, spreekverboden die worden opgelegd.

Maar er zijn anderen. Zij roepen op tot compassie. Zij laten zien dat je moet handelen. Daarom ondertekende ik Compassion for care.

Share

50 plussers twitteren niet…

Hij draaide zich om, stomverbaasd, en vroeg of het echt zo was, waren wij  ‘ouderen’  (en dan ook nog vrouwen!) aan het praten over Twitter? Ja, we moesten bekennen dat het klopte. En veel erger: een van ons was webbouwer, een ander trainer workshops social media. De begin-20er viel om van verbazing.

Het gebeurde echt, een paar maanden geleden, na afloop van het businesscafé in Wageningen. We hebben er eigenlijk hartelijk om moeten lachen. Hij om zijn vooroordeel, wij om zijn stomverbaasde reactie. Inmiddels weet ik beter – want ik ben gaan checken: er zijn veel 50plussers, die het echt onzin vinden om te twitteren, een behoorlijk aantal zit in mijn omgeving. Dat is voor jongeren. Ik heb heel wat medelijdende blikken gekregen. (‘Ach, Annet, dat meen je niet. Dat is toch niets voor ons…’ zie ik ze denken). Sterker nog: Paul Witteman riep een paar maanden geleden dat ‘digitaal’ echt iets voor jongeren is.

Ik heb een beetje een vervangend gevoel van schaamte. Dat is natuurlijk onzin. Ik weet het. Maar ik schaam me niet over het aantal twitteraars, maar over de startheid in denken. Ik leg het uit.

In februari 2011 telde Twirus 450.000 ACTIEVE twitteraars. Alle meelezers (‘lurkers’) vallen hier dus buiten. In november 2010 telt Twirus 2% 50+ ers in NL. Omgerekend  naar nu, maart 2011, ongeveer 9.000 NL twitteraars ouder dan 50. Vind ik het veel? Nee. Maakt het me wat uit? Interessante vraag.

Ieder bedrijf (vereniging, organisatie, overheid) vraagt zich voor een goede marketing af ‘waar zit mijn klant’. Zitten ze op Hyves, zoals veel patiëntenorganisaties, dan ga je naar Hyves – en ook naar naar Facebook, want die tendens is er. Heb je een Hotelketen in Engeland? Dan ga je naar Facebook (ik hoorde over een keten in UK die meer boekingen via Facebook krijgt dan via hun eigen website). Wil je journalisten in Nederland bereiken? Probeer Twitter eens. Wil je zakelijk netwerken? Ik raad je aan gebruik te maken van LinkedIn, Twitter en afhankelijk van je klant: Hyves, YouTube, Facebook, Flickr of wat dan ook.

Er staat dus nergens: verboden voor jongeren of verboden voor ouderen. Er staat wel: de moeder van deze begin-20er twittert niet en hij kon zich (toen) niet voorstellen dat ze het zou gaan doen. Staat er dan ook: ouderen hebben zichzelf afgeschreven voor de digitale wereld? Hmm, nee. Dat valt wel mee. Gelukkig ook heel veel ouderen die vol enthousiasme social media ontdekken.

Terug naar de vraag: maakt het me wat uit? Ja. Want het is een discussie waar ik regelmatig in beland en ik weet nu waarom. Het gaat helemaal niet om Twitter, het gaat om de spiegel waar je inkijkt.

Share

Een lege inbox in 2011

Had je ook als goed voornemen voor 2010 het consequent opruimen van je mailbox? En hoe ging het? Nee, ook bij mij lukte het niet altijd. Bovendien wil ik interessante bijlagen allemaal lezen en bewaar ik ze te lang. Dat gaat dus echt niet goed. Zie hier mijn oplossing.

  • Sluit 2010 schoon af met een lege in- en outbox.
  • Doe dat in 2011 iedere dag: een lege in- en outbox. Lukt dat niet? Waarom niet?
    • Ziek? Maak schoon op de eerste dag dat je beter bent
    • Laat terug ivm werk? Doe het dan de dag erna.
    • Tip: maak consequent mappen voor je activiteiten en berg daar iedere dag je e-mails op die je wilt bewaren.
  • Behandel je e-mail als je ‘gewone’ post, dus als post. Die lees je iedere dag.
    • LinkedIn post, Twitter-mentions en dm’s, e-mails en slakkenpost behandel ik zoveel mogelijk in één keer. Ik ben er in een half uur tot een uur mee klaar. Het hoort bij mijn acquisitie. Het kost me geen tijd, integendeel: ik investeer tijd. En graag.
  • Maak een aparte map voor LinkedIn. Stuur alle e-mails van LinkedIn (via regels) automatisch naar deze map.
    • Twee dagen geen tijd gehad om te lezen? Ik gooi het dan weg. De mails aan mijzelf zitten immers in mijn LinkedIn inbox.
  • Maak een aparte map voor alle tijdschriften en nieuwsbrieven waarop je je gratis hebt geabonneerd. Ook deze laat je via regels automatisch naar deze map sturen.
    • Twee dagen geen tijd gehad om te lezen? Weggooien.
  • Raken je mappen overvol en zijn het vooral opslagmappen? Dat is nou ook weer niet de bedoeling.
    • “Vergadermappen” van tijd tot tijd legen. De belangrijkste zaken heb je immers geprint voor een vergadering en in een papieren map gestopt. De secretaris van de organisatie bewaart alle vergaderstukken. Dat hoef je niet dubbel te doen.
    • Toch bang teveel weg te gooien? Sla dat op op je pc en je externe schijf.
    • Verdeel je ‘werk’ mappen in afgesloten en actuele. Hoe je dat noemt moet je natuurlijk zelf bepalen. In de praktijk heb ik belangrijke documenten (e-mails met afspraken, offertes, rekeningen, verslagen) allang geprint en in mijn papieren archief bewaard. Dit betekent dat ik afgesloten werkmappen zonder probleem kan verwijderen. Ik kijk wel altijd even na of ik niet te veel weggooi. Twijfel? Hetzelfde recept als hiervoor: opslaan op je pc en je externe schijf.
    • Mappen die je niet gebruikt: verwijderen.
  • Gooi interessante, leuke en lezenswaardige bijlagen op tijd weg. Dit is mijn belangrijkste probleem, voortkomend uit een ongeremde nieuwsgierigheid.
    • Bekijk eerlijk welke tijdschriften en nieuwsbrieven je allemaal ontvangt. Is het nodig, wil je het echt lezen? Selecteer en meld je af bij tijdschriften en nieuwsbrieven, die je eigenlijk toch niet leest.
    • Leuke filmpjes die je krijgt doorgestuurd staan nog in je e-mail? Waarom heb je zie niet allang bekeken? Weggooien. Want een leuk filmpje van een bekende heb je natuurlijk dezelfde dag al bekeken.

Rest mij niets anders dan je via dit blog een goed en gezond 2011 te wensen! Nee, dat doe ik niet ook nog eens via e-mail: want dat vervuilt weer  ;-)

Share

En toen kwam Youp

Zit je 15 jaar op het web en voel je je helemaal web 2.0 en eigenlijk web 3.0, heb je nóg last van uitvallende verbindingen, eindeloos in de wacht staan en app’s die niet werken. Je baalt, je belt, je mailt, je schrijft, je moppert en gaat verder. Maar dan komt Youp.

In mijn archiefmappen op kantoor kan ik niet terugvinden, wanneer ik precies internet ben gaan gebruiken. De eerste e-mails die ik printte, zijn van voorjaar 1996. Maar we weten 100% zeker dat het december 1995 was. Om de datum te achterhalen, moet ik binnenkort een keer een duik in de berging nemen en oude mappen tevoorschijn halen. Dat doe ik met genoegen.

Internet. Feest vanaf het begin. De wereld ging letterlijk open en werd kleiner en kleiner en bereikbaar. De schrijfvrienden uit de VS en Canada zaten al op het web of kwamen heel snel. Als ik dit vertel tijdens mijn workshops, dan merk ik dat ik uit de oertijd kom. Ja, ja, ik was er toen al… ‘t Is een oma-vertelt-gevoel. Ik vertel ook dat een afdeling waar ik werkte actie voerde voor een extra pc. En dat ik (later) op een andere afdeling met een internet-collega andere collega’s én het hoofd van de afdeling meenam naar de ene internet-pc, die binnen die organisatie beschikbaar was. Jongeren kijken me ongelovig aan. Ouderen grijnzen vol herkenning.

Ook al weet ik ondertussen veel van knopjes en stekkertjes en af en toe alles uitschakelen om weer verbinding te hebben, ik was en blijf op de eerste plaats gebruiker. Dos? Ja, ken ik van horen zeggen. Vol plezier heb ik jaren geleden de Dos-handboeken van mijn man weggegooid. Blij dat ik dat niet hoefde. Wordstar, wordperfect? Nu krakende tekstverwerkingsprogramma’s…  Ja, ja, mee gewerkt. En vol genoegen op de volgende editie van Word overgestapt.

Ondertussen nam ik de mindere kanten voor lief, want eens zou het wel anders worden.
. Geen goede verbinding? Stekker eruit, 15 seconden wachten, stekker erin, en weer proberen. Meestal kom je dan weer online.
. Ineens geblokkeerde rekening bij de bank? Bellen, naar de bank, weer bellen, ze zetten een noodprocedure inwerking en ja hoor, de volgende dag kunnen we weer internet-betalen. Reden? Blijft onbekend, maar ze hadden door drukte geen tijd gehad om het eerder te herstellen. Dus noodprocedure.
. Telefoon wordt heet? Ongeloof aan de andere kant. Nou weet ik toevallig het verschil tussen heet en warm (heet is als je oor pijn gaat doen van de hitte), maar dat je na mails en bellen en mails en zelf achteraan bellen na 3 maanden een andere telefoon koopt mag geen verbazing wekken.
. Enzovoort enzovoort. Je bouwt wat op in 15 jaar.

En toen kwam Youp. Hij deed twee dingen.

1. Hij deed wat ik niet kon. De callcenters tot de orde roepen. De grote bazen tot de orde roepen. Ik was te druk met mijn workshops om een blog over mijn Youps te maken. Maar eerlijk gezegd had ik er ook geen zin in. Ik had in die 15 jaar teveel Youps meegemaakt en de laatste met HTC en KPN was te vers en te pijnlijk. Bellen met een callcenter gaf ik al eerder op. Ik ging mailen, schrijven. Kreeg geen reactie of pas na een paar dagen. Ik begrijp nu dat ik hoor tot de ‘slechte klanten’ en daarom lang moet wachten.

2. Hij zette me op mijn plek. Hij herinnerde me er pijnlijk aan dat een bekende Nederlander voor elkaar krijgt wat anderen niet lukt: aandacht voor de traagheid van de ondersteuners, voor het niet serieus genomen worden, voor de arme meisjes en jongens die ons klagen aan de telefoon moeten aanhoren.

Maar beste Youp, ik vind het prima. Je stond op en sprak. Blijf het doen! We hebben je nodig.

Share

Een zeldzame organisatie in tien stappen

Of: tien stappen, die je helpen bij het opzetten van een organisatie voor een zeldzame aandoening. De presentatie in powerpoint staat nu online bij Slideshare. Hieronder leg ik uit waarom ik dit gemaakt heb.

In 1997 richtten mijn man (Rob Jongman) en ik het European Chromosome 11q Network op. We wisten wat we wilden, zetten dat op papier en staken de handen uit de mouwen. Ambitieus, klein, maar belangrijk. Het ging immers om de zeer zeldzame chromosoomafwijking van onze dochter Geertje. Het hielp. Zowel privé, bij het verwerken van wat haar en ons overkomen was, maar ook ‘zakelijk’. Door dit netwerk konden we ervoor zorgen dat andere ouders met een kind met een vergelijkbare chromosoomafwijking zich niet meer alleen voelden én dat er onderzoek startte.

In 2007 trad ik terug als voorzitter. Het European Chromosome 11 Network is er natuurlijk nog steeds en kicking. Inmiddels geef ik workshops social media. Tijdens de bijeenkomst van Eurordis in mei 2010 in Krakow, nam ik deel aan een sessie over ‘online patient networking’. Dat leidde uiteindelijk tot het besluit om in Nederland een workshop voor zeldzame aandoeningen en social media te gaan organiseren.

Maar er knaagde iets. Ik wist inmiddels veel over organiseren, zeldzame aandoeningen en mogelijkheden door internet en social media. Het viel me op dat ik met mensen met een zeldzame aandoening (of een ouder) vaak in gesprek kwam over hoe je een organisatie opzet, of je het wel moet doen, over handige weetjes en valkuilen. Mijn kennis en ervaring heb ik nu samengevat in deze presentatie. Laat me weten wat je ervan vindt, want samen worden we wijzer.

Share

Wat is geluk? Een eerlijk verhaal.

Vol goede moed ging ik op 30 oktober naar de Geluksdag in het Hof van Wageningen. Twee workshops voorbereid, goede presentatie dankzij allerlei feedback. ‘t Kon niet stuk. Maar het liep anders.

In mijn eerdere blog vroeg ik om associaties bij ‘geluk en social media’. Ik twitterde erover, plaatste het op andere sociale netwerken en stuurde een e-mail naar veel vrienden en bekenden. De respons was bijzonder. Ik werd er helemaal blij van. Uiteenlopende reacties, eerlijke, blije, gelukkige, instemmende en aarzelende.

Wat viel het vervolg tegen! Mijn eerste workshop viel op hetzelfde moment als de eerste lezing. Niet alleen mijn workshops, ook de meeste andere werden weggeblazen. Verkeerde planning, dat was al snel duidelijk. Maar kan gebeuren. Voor mijn tweede workshop was wel wat belangstelling, maar minimaal. Ook hier invloed van de lezing (Ieteke Weeda… tja), maar er was ook iets anders. Mensen die ik aansprak (zoekend naar de juiste workshop) deinsden terug bij het horen van het woord ‘social media’,  en de uitleg nieuwe media. Of verbeeldde ik me dat, dat terugdeinzen? Ik was inmiddels zelf naar een lezing geweest, waar de spreker terloops vroeg wie er twitterde. Er klonk zacht gegrinnik door de zaal. Mijn buurvrouw en ik… en ja hijzelf ook.

Tussen de bedrijven door bezocht ik de grote ruimte; er was veel belangstelling. 500 bezoekers is echt niet overdreven. Ik herinnerde me mijn aarzeling om deel te nemen aan de Geluksdag. Pas ik er wel bij? Is het niet ‘te alternatief’? Ik keek om me heen, las de onderwerpen van de lezingen en de workshops en nam me voor de volgende keer beter naar mezelf te luisteren. In mijn workshops predik ik: “waar zit je klant? Stem je communicatie daar op af.” Nee, mijn ‘klanten’ zaten niet hier. De aanwezigen kwamen voor coaching, reïncarnatie, massage, reading healing, luisteren naar jezelf, reiki en alle variaties daarop. Social media? Echt een ver-van-mijn-bed-show.

De dag erna zette ik mijn presentatie (in prezi!) online en bedankte ik via e-mail en mijn blog de mensen die mijn hun associatie stuurden. Binnen een paar uur werd het overgenomen door minstens vier daily’s en kwamen reacties terug. Wat een leuke prezi, een goed verhaal! Dank jullie hiervoor. Ik weet het nu: de voorbereiding is ok, de presentatie is ok, het was alleen het verkeerde publiek.

Share

Social media: waar gaat het over

Mijn nieuwe video op Youtube mbv Search Stories – Social media: waar gaat het over? PR voor mijn workshops.

In dit filmpje een paar voorbeelden, want ik geef niet alleen workshops aan de zorg en overheden. Ook startende ondernemers, particulieren, het onderwijs en anderen weten de weg naar VanBetuwAdvies te vinden. Een overzicht staat op LinkedIn.

Wilt u meer weten? Bel of mail me: 0317-422368 / info(at)vanbetuwadvies.nl

Share

Zeldzame aandoeningen en het web

Eurordis is een Europese organisatie voor zeldzame aandoeningen. Van 13-15 mei 2010 organiseerde Eurordis haar zesde conferentie, dit keer in Polen, Krakau. Ik mocht er heen om te vertellen over ’11q’ en over de online evolution op het web.

Onze dochter (Geertje Jongman, dec 1980 – dec 2000) had een gedeelte van de lange arm van chromosoom 11q dubbel, een ‘partiële trisomie 11q13.1-23.11′. We hoorden dat enkele maanden na haar geboorte en begrepen maar een beetje van wat dat zou kunnen betekenen. Tot nu toe is ze de enige die bekend is met déze verdubbeling, maar dat wil niet zeggen dat we niet wijzer zijn geworden. We zijn op een zeker moment op zoek gegaan naar anderen, naar vergelijkbare kinderen en besloten tot het starten van een Europees netwerk voor 11q afwijkingen. Een paar jaar geleden ben ik teruggetreden als voorzitter. Na de uitnodiging van Eurordis besloot ik (met steun van de huidige voorziter) dat ik nog één keer over 11q zou vertellen. Maar ‘t gaat weer anders dan anders. Kort geleden belde een moeder uit Duitsland. Haar dochtertje heeft een (andere) partiële trisomie, de geneticus die dit analyseerde kon het gezin niet helpen, want kon niets vinden en ze is zelf gaan zoeken. Gelukkig vond ze onze website en werd ze naar mij verwezen.  Leve het internet waardoor ’11q’ kon starten, bloeien en doorgaat.

Merkwaardig toeval toch dat deze moeder juist belt als ik mijn presentatie op slideshare heb gezet en het YouTube filmpje op Facebook en Hyves link. Sterker: ze belt als ik er net over heb getwitterd*. Ook al zit zij in dezelfde situatie als wij indertijd (de enige die bekend is met exact deze partiële trisomie), de 11q familie is er. Ze hoeft zich niet meer alleen te voelen.

Net als veel andere netwerken voor zeldzame aandoeningen, oriënteert het chromosoom 11 netwerk zich op de nieuwe mogelijkheden, de social media. Er is een mailinglist, de website, een Facebook groep. Hoe moet je dat ‘handlen’ met een kleine groep, er is al zoveel te doen. Ik volg vol interesse wat ‘chromosoom 11′ gaat doen, daarin ben ik niet actief. Maar dat er nieuwe mogelijkheden zijn, juist voor zeldzame aandoeningen is duidelijk. Met een knipoog naar Darwin mocht ik in een parallele workshop ‘be connected, be informed’ mijn visie neerleggen over deze nieuwe mogelijkheden: taking part in the online evolution. We zijn ervan overtuigd dat internet indertijd (1997) bepalend is geweest voor het kunnen starten van ’11q’; nu zijn er nieuwe mogelijkheden om elkaar te vinden!

*ik weet dat het eigenlijk ‘tweeten’ is, dus hier ‘getweet’ , maar twitteren is toch het nieuwe Nederlandse woord?

Share

Gezondheidszorg en innovatie: het kan hand in hand

Health Valley en Reshape 2010 organiseerden op 17 maart ‘Where Health and Innovation meet…”  in de Vereeniging in Nijmegen. Het was een interactieve en informatieve dag voor professionals in de ‘health’ sector. Kortom: een georganiseerde ontmoeting tussen zorg en bedrijfsleven

Als er ruim 800 mensen uit zorg en bedrijfsleven afkomen op zo’n bijeenkomst en er ook nog eens 322 online de livestream volgen, dan is er wat aan de hand. Mensen die mopperen op de traagheid in de zorg, het gebrek aan innovatie in het algemeen en luiheid van Nederlanders (en zeker die in de provincie) nodig ik uit een volgende keer eens deel te nemen of op zijn minst de verslagen en beelden te bekijken. Er is veel in beweging, dus kijk mee:

Reshape 2010 is een initiatief van het UMC St Radboud. Het heeft als doel om professionals in de zorg kennis te laten delen en op te doen over zorg 2.0, e-health, zorg en internet. HealthValley is een samenwerkingsverband tussen kennisinstellingen en bedrijfsleven in Gelderland.

Share
Get Adobe Flash playerPlugin by wpburn.com wordpress themes